Zandpaden in kaart

In een tijd waarin de druk op onze kustgebieden toeneemt door klimaatverandering, zeespiegelstijging en een groeiende bevolking, is het belangrijk te weten hoe onze kusten daarop reageren. Het SedTRAILS-model, ontwikkeld door Deltares en de TU Delft, zet de uitkomsten van traditionele kustmodellen om in individuele zandpaden. Met deze methode maken we de verborgen routes die zand aflegt zichtbaar, waardoor we beter begrijpen hoe dynamische processen onze kust vormgeven. Hiermee kunnen we in plaats van alleen op basis van bodemveranderingen, nu zand volgen van bron tot bestemming.

Toepassing op Zandmotor

Het SedTRAILS-model is toegepast op de Zandmotor, een Nature-Based Solution die omschreven kan worden als een megasuppletie, een kunstmatig schiereiland dat ons beschermt tegen zeespiegelstijging, die in 2011 aan de Delflandkust voor de kust van Kijkduin is aangelegd.

Uit jarenlange 'traditionele' monitoring en modelstudies blijkt dat de Zandmotor zich verspreidt zoals oorspronkelijk bedoeld was: terwijl het schiereiland bij de kop smaller wordt, groeien de aangrenzende stranden. Maar dit vertelt niet het volledige verhaal. Waar komt het zand dat deze stranden laat groeien vandaan? Komt het direct van de Zandmotor of zijn er andere bronnen? En hoe ver reikt het opgespoten zand?

Nieuwe inzichten kunnen waardevol zijn voor begrip van de ontwikkeling van Nature-based Solutions voor onze kustverdediging zoals de Zandmotor, en daarmee de besluitvorming over beheer ervan. De techniek maakt het mogelijk sneller te zien hoe de zandmotor zich ontwikkelt, waardoor we sneller gevolgen in kaart kunnen brengen. Dit maakt het gemakkelijker om te evalueren hoe de omliggende kustgebieden versterkt en beschermd kunnen worden.

Dynamische kust

Om eerder genoemde vragen te beantwoorden, is het noodzakelijk de reis van zand te volgen, zowel onder- als boven water. Dit brengt uitdagingen met zich mee. Zeker bij een dynamische kust als de Zandmotor, waar zandkorrels worden begraven of juist vrijkomen door bodemveranderingen. Door de bestaande SedTRAILS-methode aan te passen en veranderingen in bodemhoogte mee te nemen, kunnen we voor het eerst zandpaden schetsen die rekening houden met de dynamiek van de kust.

Door de verbeteringen aan de aanpak wordt de toepassing van het in kaart brengen van zandpaden langs de kust nu mogelijk over veel langere periodes dan hiervoor mogelijk was: van jaren tot decennia in plaats van weken tot maanden.

Animatie

De beweging van zandkorrels rondom de Zandmotor — wit voor natuurlijk zand, paars voor aangebracht zand — aangedreven door golven, wind en getij. De kleuren tonen het strand- en bodemniveau in de tijd. Naarmate de Zandmotor zich ontwikkelt, worden de deeltjes begraven door afzetting of blootgelegd door erosie. Begraven deeltjes verdwijnen uit beeld in deze animatie.

Je hebt nog niet aangegeven of je cookies wilt accepteren of weigeren. Hierdoor kan dit element niet worden getoond.

Pas je cookie instellingen aan

Of ga direct naar:

https://www.youtube.com/watch?v=B6GQIBXHkNk

Gevolgen kustbeheer

De geschetste zandpaden geven antwoord op de eerder gestelde vragen. Zo blijkt uit de simulaties dat het merendeel van het opgespoten zand bij de Zandmotor naar het noorden beweegt, maar dat de netto verplaatste afstand sterk wordt beperkt door bodemveranderingen; door het groeiende strand worden zandkorrels relatief snel begraven.

Naarmate de Zandmotor zich ontwikkelt, nemen deze veranderingen af, waardoor het zand zich verder kan verspreiden voordat het wordt vastgelegd. Uit de simulaties bleek dat minder dan een procent van het zand in het eerste jaar zich minstens 2,5 kilometer verplaatst, terwijl dit percentage in het vierde jaar al opliep tot 21 procent.

Ook kunnen zandkorrels die zijn aangespoeld op de omliggende stranden, worden terug gevolgd naar hun oorsprong. De resultaten laten zien dat deze aangespoelde korrels niet alleen van de Zandmotor zelf komen, maar aan de zuidkant een mix zijn van opgespoten zand en zand dat afkomstig is uit verder stroomopwaartse bronnen.

Doorontwikkeling

Dit onderzoek is gerealiseerd in samenwerking met de TU Delft (Matthieu de Schipper en Stuart Pearson). In 2025 wordt een nieuwe versie van SedTRAILS ontwikkeld, om het model toegankelijker te maken voor ontwikkeling en toepassing binnen projecten en verder onderzoek.. Hierin zullen Deltares en de TU Delft samenwerken, met ondersteuning van het TU Delft Digital Competence Center (DCC).

Voor meer informatie over de methodiek en de resultaten verwijzen we naar het artikel van het onderzoek in Nature: 'Lagrangian modelling reveals sediment pathways at evolving coasts'.

Deze pagina delen.